Henk Mirck

Bij kinderopvangorganisatie ‘Dak Kindercentra’ in Den Haag gaan kinderen al op jonge leeftijd spelenderwijs groenten en fruit (her)kennen en proeven. En dat is niet gek, want steeds minder kinderen weten hoe groenten en fruit er nu écht uit zien, voor ze in het potje van de supermarkt belanden. 

Pedagogisch medewerkster Liesbeth Woudstra won het voorjaar een prijs met een eenvoudig maar doeltreffend spel:

Kinderen gaan tezamen met ‘de juf’ in een kring zitten. In het midden ligt een dekentje. Als de juf het dekentje optilt, liggen er diverse soorten groenten en/of fruit. De juf laat ze een voor een zien en zegt wat het is. De kinderen mogen het beethouden, voelen en ruiken. De groenten en fruit gaan weer op hun plek, het dekentje gaat er overheen.

De kinderen moeten hun ogen sluiten, zodat de juf zich kan concentreren op een moeilijke toverspreuk. Na de toverspreuk wordt het dekentje opgetild… er is één stuk voedsel weg!

De kinderen moeten nu raden wat het was, het voedsel wordt weer ‘teruggetoverd’ en opzij gelegd.

Het spel start met het voedsel wat de meeste kinderen wel (her)kennen en wordt na een paar ronde’s steeds moeilijker. Voor er weer getoverd wordt, worden de namen van de groenten en/of het fruit nog even herhaald. De moeilijkste of onbekendste stukken blijven het langst over, maar er ligt ook steeds minder. 5-8 ronden (afhankelijk van de leeftijd) worden zo uitgevoerd.

Aan het eind gaan de kinderen met de juf het fruit en/of de groenten proeven. Eventueel kan dit ook steeds na het ‘terugtoveren’ gebeuren.

Door het spel raken de kinderen bekend met diverse soorten groenten en fruit. Alle zintuigen worden ingeschakeld en er wordt herhaling toegepast. Door het spelelement zijn kinderen eerder bereid om iets te proeven wat ze niet (her)kennen. 

Share this Post